Tentoonstellingen

Ik zie vrede

Hoe ziet vrede eruit? Over die vraag bogen vier afstuderende fotografiestudenten van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag zich sinds september. In Nederland leven we al sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog in vrede. Maar wat betekent ‘vrede’ in een samenleving die steeds meer lijkt te polariseren? En hoe ziet vrede eruit op een individueel niveau? De studenten gingen dit bij zichzelf na en onderzochten wat voor hen vrede symboliseert. De tentoonstelling Ik Zie Vrede is het eindresultaat van deze zoektocht.

Iedere student geeft op zijn of haar eigen manier invulling aan de vraag hoe vrede eruitziet, of hoe je deze kunt beleven. Zo vraagt Daniël zich af of de inrichting van het Nederlandse landschap en het plaatsen van asielzoekers daarin, bijdraagt aan vreedzaam samen leven. Maya vindt vrede onder water, waar alles langzaam gaat, kleuren vervagen en de tijd stil lijkt te staan. Marwan vertaalt het verhaal van een humanitaire Sultan uit 1850 naar vandaag de dag. Hoe zou hij ons kunnen inspireren? Malou twijfelt of de mens van nature goed of slecht is en zoekt het antwoord in talloze babyportretten. Overal oogt vrede weer anders. Maar wat de vier kunstenaars in ieder geval laten zien, is dat vrede niet vanzelfsprekend is maar iets is wat je doet.

Meer info over de opening op 19 december.


De geest van de Sultan – Marwan Bassiouni

Door het combineren van kleur en zwart-wit, digitale en analoge fotografie, wil ik graag het goedhartige verhaal van de 19e-eeuwse Ottomaanse Sultan Abdelmajid I naar deze tijd brengen. Gezien de vele ideeën die we tegenwoordig hebben over moslims wil ik in herinnering roepen dat de essentie van het islamitische geloof vrede moet zijn en altijd geweest is. Het woord ‘Islam’ (السلام) heeft in het Arabisch hetzelfde stamwoord als vrede.

Het verhaal van Sultan Abdelmajid I symboliseert deze vreedzame essentie. Gedurende zijn heerschappij over het Ottomaanse rijk ondernam hij vele hervormingen ter bevordering van vreedzame samenleving en gelijke rechten voor moslims en niet-moslims. Tekenend voor zijn humanitaire aanpak is het grote mededogen dat hij toonde, toen hij tijdens de Ierse hongersnood (1845-1850) een grote som geld en hulp doneerde aan dat land.


Wat zijn de kansen – Malou Bumbum

Afgelopen zomer maakte ik mij ineens zorgen, zowel over ons als mensheid als over ons milieu. Tegelijkertijd werd mijn zus moeder van mijn nichtje; ik was erbij toen ze ter wereld kwam. Ik kon de gedachte over hoe haar toekomstige wereld zich zou ontwikkelen niet onderdrukken, en wat voor een mens zij zou kunnen worden.

Ik geloof dat we allemaal met vriendelijkheid worden geboren. We zijn in staat om het goede te doen, vrede te willen en aardig te zijn tegen elkaar. Maar het valt niet te ontkennen dat we ook allemaal in staat zijn om kwaad te doen en elkaar pijn te doen. Sommigen zeggen dat we hiermee geboren worden, anderen beweren dat we dit leren van onze maatschappij en omgeving.

Ik vroeg mijn zus waar ze het meest bang voor was, wat haar dochter misschien zou moeten meemaken: “Ik ben bang dat mijn kinderen zich gedwongen zullen voelen in de hokjes te leven die de maatschappij voor ze bepaalt.” Met dat startpunt ben ik meerdere ouders uit verschillende landen hetzelfde gaan vragen.


Migratie van boven (de bureaucratie van het landschap) – Daniël Siegersma

Migratie van boven is een onderzoek naar hoe Asielzoekerscentra in Nederland geplaatst worden. Is de wijze waarop we vluchtelingen in Nederland plaatsen vergelijkbaar met hoe we het land ontwerpen?

Iemand vertelde mij eens dat je een berg nodig hebt om op je eigen land te kunnen reflecteren. Aangezien we in Nederland geen bergen hebben, besloot ik mijn camera de lucht in te sturen. Door van boven te kijken, kijk je vanuit een safe-zone; je bent minder betrokken, hebt minder verplichtingen, ziet minder gezichten en minder emotie. Je kijkt naar ontwerp, naar orde en praktische harmonie.


What is still, what still is – Maya van Wingerden

In tijden waar efficiëntie en snelheid de boventoon lijken te voeren, hou ik ervan om tijd onder water te besteden. Deze plek, waar licht op een andere manier afbuigt, beweging wordt vertraagd en kleuren minder uitgesproken zijn. Terwijl de zee om mij heen constant in beweging is voel ik mij bewegingsloos en raak ik de tijd kwijt.

Ik denk dat we met enige zekerheid kunnen zeggen dat we nog nooit zo gehaast zijn geweest. Het vinden van deze verstilde momenten, wanneer ook, lijkt bijna onmogelijk en tegelijkertijd extreem waardevol.


Dit is een onderdeel van dossier